Op basis van recente waarnemingen is het aan te raden een behandeling van de taxuskever niet verder uit te stellen. Controleer  eerst uw planten op de aanwezigheid van aantastingen alvorens over te gaan tot een behandeling.

 

De taxuskever of lapsnuitkever

Een taxuskever (Otiorhynchus sulcatus) berokkent op zich weinig schade aan de tuin, op wat ronde happen uit blaadjes na. Maar de larven zijn van een heel ander slag. De vrouwtjes van de taxuskever kunnen eieren leggen zonder te paren, tot 500 stuks, verspreid in de bodem. In de zomer beginnen de larven aan hun vraat, eerst de fijne worteltjes, en naarmate ze groeien ook dikkere wortels tot de wortelhals van planten toe.

Als ze zich op je taxus of rododendrons storten, is het hek van de dam. Overigens beperken ze zich niet tot struiken, ze knagen ook aan de wortels van allerlei vaste planten zoals Heuchera, Tiarella, Sedum… - de naam ‘taxus’kever is dus behoorlijk misleidend; ‘gegroefde lapsnuitkever’ is overigens een synoniem. Larven van taxuskevers zijn een nachtmerrie voor een tuinier. Ze zien er bovendien onsmakelijk uit, een beetje zoals engerlingen, maar dan in het klein: 1 cm lang, krom, roomwit met een oranjebruine kop en zonder pootjes. De eerste tekenen van vraat zijn vergeling van de bladeren en verwelking.

Pas ontpopte kevers hebben een week lichaam en zijn bleekbruin van kleur en 4 tot 7mm. Vrij kort na het ontluiken verkleurt de kever bruinzwart, dekschilden vertonen lichtgele vlekjes en groeven in de lengterichting (zie foto). Overdag verbergen de kevers zich in de vollegrond tussen afgevallen bladeren, in snoeiafval, losse stenen of hout; in de containerteelt zoeken de kevers vaak een schuilplaats onder de potrand, onder de potten zelf of onder de trays. Poppen zijn mogelijk ook nog waarneembaar in de (pot) grond. De poppen zijn crèmewit van kleur en 10 mm groot. Schade van de adulten herken je aan een typisch hoekige vraat aan de bladranden en schade van larven herken je aan wortelvraat en plantenuitval.

Als je er niet snel bij bent, is het afgelopen met die prachtige haag of struik, die je al tientallen jaren met veel liefde hebt vertroeteld.

“Zijn er opvallend veel ronde hapjes uit de bladeren van de schoenlappersplant (Bergenia) of Primula gebeten, wees dan op je hoede: hier is de taxuskever aan het werk!”

Levenscyclus

De larven in de bodem verpoppen zodra de dagen in het voorjaar voldoende warm zijn. Tegen eind mei verschijnen de eerste kevers. De taxuskever kan een 500tal eitjes leggen. Ze leven tamelijk lang zodat het leggen van eitjes gemakkelijk kan doorgaan tot het einde van de zomer. De jonge larven beginnen in de zomer te vreten aan jonge wortels. Naarmate ze groeien voeden ze zich, tot in het najaar, met steeds grotere wortels om uiteindelijk ook de wortelhals aan te vreten. De taxuskever overwintert als larve in de bodem of in de potgrond van terras- en kuipplanten. Planten die tijdens de winter in de serres of kas staan zijn extra gevoelig en daar kan de volwassen kever vroeger tevoorschijn komen dan in volle grond.

 

WIST JE DAT?

Welke planten lust de larve van de taxuskever? Veel, helaas…

  • In de siertuin: rozen, hortensia, Rhododendron, Taxus, Viburnum, Camelia, Skimmia, Primula, Heuchera, Tiarella, Sedum, …
  • Terrasplanten in pot: olijf, vijg, Fuchsia, citrus, …
  • In de fruittuin: aardbeien, bosbessen, blauwbessen, druiven, bramen, vijgen, frambozen, …

 

Bestrijdingsadvies:

Indien vraatschade op de bladeren vastgesteld wordt, dient men te behandelen tegen kevers met één van de volgende erkende middelen in sierteelt tegen taxuskever:

Steward (indoxacarb):

dit middel werkt niet op contact, kevers nemen het middel op via de mond door vraat aan de plant. Dit doen ze vooral bij valavond en ‘s nachts. Omwille van afbraak door UV dient een behandeling best ’s avonds toegepast te worden.

Dimilin SC-48 (diflubenzuron):

dit middel zorgt ervoor dat de kevers onvruchtbare eitjes afleggen, het middel doodt dus de kevers zelf niet. Dit middel kan op de overwinterde kevers toegepast worden.

Aaltjes (B-Green):

  • Microscopisch kleine wormpjes (aaltjes) van de soort Heterorhabditis bacteriophora 
  • Bevat een insectendodende symbiotische bacterie
  • Doeltreffend binnen een temperatuurbereik van 12 °C tot 30 °C